+32 473 52 49 31Ma–vr · 08:30–18:00
Liever eerst even overleggen? Bel gerust.
Make IT So

Blog · Leiderschap & team

Waarom ik liever fouten zie dan geen fouten.

Ik hou van fouten. Niet omdat ik graag zie dat iets misloopt, maar omdat een fout betekent dat iemand iets probeerde waarvan de uitkomst niet vastlag. Met twee voorwaarden.

Een quote-kaart in de Make IT So-huisstijl met de spreuk 'Wie een fout maakt en die niet verbetert, maakt er een tweede'. In het beeld staan bewust twee spelfouten als blikvanger.

Ik hou van fouten. Niet omdat ik graag zie dat iets misloopt, maar omdat een fout iets verraadt: iemand heeft geprobeerd, en de uitkomst lag niet op voorhand vast. Wie nooit een fout maakt, doet alleen nog wat hij al kan. En zo valt een team stil zonder het te merken.

In een digitaliseringstraject is dat geen mooie theorie. Je kiest een aanpak, een volgorde, een leverancier, en soms blijkt achteraf dat het anders moest. Dat hoort erbij. Er vallen altijd fouten. Wat telt, is wat je ermee doet.

Daar ligt voor mij de scheidingslijn. Een fout die je begrijpt en bijstuurt is winst: je weet vandaag iets wat je gisteren niet wist, en dat heeft je niet meer gekost dan de moeite om eerlijk te kijken. Een fout die je laat liggen is het begin van een tweede. Een oude spreuk vat dat kort samen: wie een fout maakt en die niet verbetert, maakt er een tweede.

Er zitten dus twee voorwaarden aan mijn liefde voor fouten. Ze mogen zich niet herhalen: één keer een verkeerde inschatting is leren, dezelfde inschatting drie keer na elkaar is een patroon. En er moet iets uit komen, een aanpassing of een inzicht dat de volgende keer meegaat. Een fout zonder les is gewoon schade.

Dat vroege bijsturen zo veel oplevert, is trouwens geen buikgevoel. Er bestaat een naam voor: de wet van Boehm. Hoe later je een fout vindt, hoe duurder ze wordt, en dat loopt niet recht omhoog maar exponentieel. Een verkeerde aanname die je rechtzet in een vergadering, kost een gesprek. Diezelfde aanname die pas bij de gebruikers bovenkomt, kost een veelvoud.

Wat me daarbij het meest opvalt, is wat een cultuur met fouten doet. Waar een fout wordt afgestraft, verdwijnen ze niet. Ze verdwijnen alleen uit het zicht. Mensen dekken zich in en wachten met slecht nieuws tot het niet meer te verbergen valt, en tegen dan is de goedkope fout een duur probleem. Waar een fout gewoon op tafel mag, hoor je het vroeg en stuur je bij voor het geld kost.

Daarom schrijf ik in ons vrijdagrapport ook altijd op wat niet werkte, niet alleen wat vooruitging. Ik geef toe dat het prettiger zou lezen zonder, maar een rapport dat enkel goed nieuws bevat, is niets waard. Je stuurt geen traject bij op de dingen die vanzelf goed liepen.

En als ik iemand inschat, kijk ik niet naar een lijstje zonder fouten. Dat lijstje bestaat niet, of het betekent dat iemand nooit iets moeilijks aandurfde. Ik kijk naar hoe iemand omging met de fout die hij wél maakte. Zag hij ze zelf? Zei hij het? Loste hij ze op? Dat zegt me meer dan tien trajecten die toevallig vlot liepen.

Dus laat de fouten maar komen. Zolang ze nieuw zijn en je er iets aan doet, zijn ze het beste bewijs dat je nog iets probeert.

Kijk trouwens nog eens naar het beeld bovenaan. Er staan twee fouten in, en die heb ik er bewust in gezet als blikvanger. Wie ze opmerkt, heeft de kern al te pakken: een fout die je ziet, kun je verbeteren.