Hoe dat er in de praktijk uitziet.
Neem een Antwerps product-bureau van 15 mensen, met een lopend klanttraject rond een platformontwikkeling. Er waren drie partijen betrokken: het bureau zelf voor design en frontend, een externe dev-shop voor de back-end, en de IT-afdeling van de klant voor de integraties met bestaande systemen. De klant had een vage productvisie waar intern geen consensus over was.
Wat er speelde: back-end en frontend discussieerden over wie wat aanlevert, de agency-lead verloor elke week minstens een halve dag aan coördinatie-calls, en de klant wist niet welke prioriteit door wie genomen werd. Het bureau zag zijn marge zakken zonder dat het project sneller ging.
Wat wij erbij brachten in twee weken: een teamarchitectuur met heldere overgangsmomenten tussen disciplines, een wekelijkse afstemming van een uur waar alle drie de partijen aan tafel zaten, en een plan dat de klant zelf hardop bevestigde. Vanaf week drie had de agency-lead zijn halve dag per week terug.
En toen waren wij weg: het traject was vier maanden later opgeleverd. Het bureau zet de werkwijze nu zelf voort bij andere klanten. Onze betrokkenheid stopte zodra het kon.